|
Zondag 12 april 2026
om 9.30
Augustinitsjerke
Voorganger(s): Ds. G. Borger
Thema: Sta op voor medemenselijkheid
Lied voor de dienst: Lied 802 : 1, 4 en 5 Door de wereld gaat een woord
(op ‘oude’ melodie van Joh. de Heer 916!!)
Welkom en afkondigingen
Aanvangslied: Psalm 82 (couplet 1 uit De Nieuwe Psalmberijming; couplet 3 uit Liedboek)
Stil gebed, bemoediging en groet
Zingen: Klein Gloria
Korte inleiding op het thema
Leefregel: Deuteronomium 10 : 12 - 19 (NBV21)
[12] Israël, bedenk dus dat de HEER, uw God, niets anders van u vraagt dan dat u ontzag voor Hem toont, dat u de weg volgt die Hij u wijst, dat u Hem liefhebt, Hem met hart en ziel dient [13] en zijn geboden en wetten, die ik u vandaag voorhoud, naleeft; dan zal het u goed gaan. [14] De HEER, aan wie de hoogste hemel toebehoort, en de aarde met alles wat daarop leeft, [15] heeft toch alleen voor úw voorouders liefde opgevat en u, hun nazaten, verkozen boven alle volken, en zo is het nog steeds. [16] Besnijd daarom uw hart en wees niet langer halsstarrig. [17] Want de HEER, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de sterke, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; [18] Hij verschaft weduwen en wezen recht, bewijst vreemdelingen zijn liefde door hen van voedsel en kleding te voorzien. [19] Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.
Zingen: Lied 995 : 1 en 2 O Vader, trek het lot U aan
Gebed
Eerste Schriftlezing: Lucas 24 : 30 - 36 en 44 - 48 (NBV21)
[30] Toen Hij met hen aanlag voor de maaltijd, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. [31] Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik. [32] Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ [33] Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, [34] die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’ [35] De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.
[36] Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’
…
[44] Hij zei tegen hen: ‘Toen Ik nog bij jullie was, heb Ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ [45] Daarop maakte Hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. [46] Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, [47-48] en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.
Zingen: Juicht, want Jezus is Heer https://www.youtube.com/watch?v=pACG32SPeQM
Tweede Schriftlezing: Romeinen 6 : 3 - 13 (NBV21)
[3] Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? [4] We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. [5] Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. [6] Immers, we weten dat ons oude bestaan met Hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. [7] Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. [8] Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, [9] omdat we weten dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de dood, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. [10] Door zijn sterven is Hij voor eens en altijd dood voor de zonde; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. [11] Zo moet ook u uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. [12] Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. [13] Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar juist in dienst van God, als levenden die uit de dood zijn opgewekt. Stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid.
Zingen: Lied 966 : 2 en 4 Geen mens kon ooit des Heren wet
(op melodie van Lied 302: God in den hoog’ alleen zij eer)
Uitleg en verkondiging
Zingen: Lied 975 : 1, 2 en 3 Jezus roept hier mensen samen
(op melodie van Lied 913: Wat de toekomst brengen moge)
Dankgebed en voorbeden
Inzameling van de gaven
Slotlied: Lied 146c : 2, 6 en 7 Vorsten zijn mensen uit aarde geboren
Zegen
Zingen: Amen, amen, amen
|