|
Zondag 26 april 2026
om 11.00
Augustinitsjerke
Voorganger(s): Ds. G. Borger
Voor de dienst: Gezang 218 : 1, 2, 5 en 7 Ik zeg het allen dat Hij leeft
Welkom en afkondigingen
Aanvangslied: Gezang 225 : 1, 2 en 4 Zing voor de Heer een nieuw gezang
Stil gebed, bemoediging en groet
Zingen: Klein Gloria
Leefregel
Zingen: Psalm 19 : 3 en 5 Volmaakt is ’s Heren wet
Gebed
Eerste Schriftlezing: 1 Samuël 1 : 27 - 28, 2 : 26 en 3 : 1 - 5 en 8c - 10
1 Samuel 1
[27] Om deze zoon heb ik gebeden, en de HEER heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd. [28] Nu geef ik hem op mijn beurt aan de HEER, voor alle dagen die hem gegeven zijn.’ Toen knielde de jongen daar voor de HEER.
1 Samuel 2
[26] Intussen groeide Samuel verder op. Hij was zeer geliefd, zowel bij de HEER als bij de mensen.
1 Samuel 3
[1] De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. [2] Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. [3] Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was nog niet gedoofd. [4] Toen riep de HEER Samuel. ‘Ja, hier ben ik,’ antwoordde Samuel. [5] Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’
[8] … Toen begreep Eli dat het de HEER was die de jongen riep. [9] Hij zei tegen Samuel: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.”’ Samuel legde zich weer te slapen, [10] en de HEER kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuel! Samuel!’ En Samuel antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’
Zingen: Gezang 329 : 1 en 2 Grote God, Gij hebt het zwijgen
Tweede Schriftlezing: Marcus 10 : 42 - 52
[42] Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. [43] Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn, [44] en wie van jullie de eerste wil zijn, moet slaaf van de anderen zijn, [45] want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
[46] Ze kwamen in Jericho. Toen Hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg; het was Bartimeüs, de zoon van Timeüs. [47] Toen hij hoorde dat Jezus van Nazaret voorbijkwam, begon hij luidkeels te roepen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ [48] De omstanders berispten hem en zeiden dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [49] Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u.’ [50] Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. [51] Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik kan zien.’ [52] Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij zien en hij volgde Hem op zijn weg.
Zingen: Gezang 7 : 1 en 4 Het woord dat u ten leven riep
Uitleg en verkondiging
Zingen: Gezang 473 : 1, 2, 5 en 10 Neem mijn leven, laat het, Heer
Dankgebed en voorbeden
Inzameling van de gaven
Slotlied: Gezang 481 : 1, 2 en 4 O grote God die liefde zijt
Zegen
Zingen: Amen, amen, amen
Na de zegen zingen we het Wilhelmus
|