|
Zondag 9 augustus 2026
om 9.30
Augustinitsjerke
Voorganger(s): Ds. G. Borger
Thema: Grijp je kans
Lied voor de dienst: Lied 218 : 1, 2, 4 en 5 Dank U voor deze nieuwe morgen
Welkom en afkondigingen
Aanvangslied: Psalm 62 : 1, 5 en 6 uit De Nieuwe Psalmberijming
1. Bij God alleen kom ik tot rust.
Stil word ik mij ervan bewust
dat Hij, mijn redder, mij zal sparen.
Hij is de rots van mijn bestaan,
de burcht die ik mag binnengaan.
Voor vallen zal Hij mij bewaren.
5. Een mensenkind is maar een zucht,
gewichtigheid niet meer dan lucht
wanneer de Heer een mens gaat wegen.
Vestig je hoop niet op geweld;
verkoop jezelf niet aan je geld,
al heb je nog zo veel gekregen.
6. God sprak tot mij dit ene woord,
zelfs tweemaal heb ik het gehoord:
‘Aan Mij is alle macht op aarde.’
Heer, U bent liefdevol en goed;
U geeft elk mens naar wat hij doet,
U kent van ieders werk de waarde.
Stil gebed, bemoediging en groet
Zingen: Klein Gloria
Leefregel
Zingen: ELB 308 : 1 en 3 Doorgrond mijn hart
Gebed
Eerste Schriftlezing: 1 Samuël 24 : 2 - 13 (NBV21)
[2] Toen Saul bij terugkeer van zijn veldtocht tegen de Filistijnen hoorde dat David zich in de woestijn bij Engedi bevond, [3] koos hij drieduizend van de beste soldaten van Israël uit en ging met hen in het rotsachtige gebied waar de steenbokken leven, op zoek naar David en zijn mannen. [4] Onderweg kwam hij langs schaapskooien waarachter een spelonk lag. Daar ging hij naar binnen en hurkte neer om zijn behoefte te doen. En juist achter in die spelonk hadden David en zijn mannen zich verstopt. [5] Davids mannen zeiden tegen hem: ‘Dit is je kans! Dit is het moment waar de HEER op doelde toen Hij zei: “Ik zal je vijand aan je uitleveren; je kunt met hem doen wat je goeddunkt.”’ David stond op en sneed stilletjes een reep van Sauls mantel af. [6] Zijn hart bonsde ervan, [7] en hij zei tegen zijn mannen: ‘De HEER verhoede dat ik mijn koning, de gezalfde van de HEER, iets zou aandoen en mijn hand tegen hem zou opheffen. Hij is immers door de HEER zelf als koning aangewezen.’ [8] Zo maande David zijn mannen tot kalmte en weerhield hij ze ervan om Saul te overvallen.
Saul was opgestaan en weer naar buiten gegaan. [9] Nu haastte ook David zich naar buiten en hij riep hem achterna: ‘Mijn heer en koning!’ Toen Saul omkeek, knielde David neer, boog diep voorover [10] en zei: ‘Waarom schenkt u gehoor aan de mensen die beweren dat ik u kwaad wil doen? [11] Vandaag hebt u aan den lijve kunnen ondervinden dat de HEER u in die spelonk aan mij had uitgeleverd. Ze zeiden dat ik u moest vermoorden, maar ik was met u begaan en ik zei bij mezelf dat ik mijn hand niet tegen mijn heer moest opheffen, omdat u immers de gezalfde van de HEER bent. [12] Kijk zelf maar, vader, hier heb ik een stuk van uw mantel; ik heb een reep van uw mantel afgesneden, maar ik heb u niet vermoord. Ziet u wel dat ik niets kwaads of verkeerds tegen u in de zin heb? Ik heb u niets misdaan, maar u jaagt me op en staat me naar het leven. [13] Laat de HEER beslissen wie van ons beiden in zijn recht staat en laat de HEER mij op u wreken; ik zal mijn hand niet tegen u opheffen.
Zingen: Lied 152 : 2 en 3 Niemand ter wereld is
Tweede Schriftlezing: Marcus 10 : 17 - 23 (NBV21)
[17] Toen Hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ [18] Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. [19] U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ [20] Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ [21] Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom daarna terug en volg Mij.’ [22] Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.
[23] Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
Zingen: Lied 718 : 2, 3 en 4 Niet voor schuren
Uitleg en verkondiging
Zingen: ELB 396 : 1, 2 en 3 Grijp toch de kansen
Dankgebed en voorbeden, gezamenlijk afgesloten met het Onze Vader
Collecten
Slotlied: Lied 835 : 1, 2 en 4 Jezus, ga ons voor
Zegen
Zingen: Amen, amen, amen
|