|
Zondag 8 november 2026
om 9.30
Tsjerkegebouw
Voorganger(s): Ds. T. Oomens
Tekst(en): Avondmaal
Lied vooraf: 273 (Loof God, die zegent)
OM TE BEGINNEN:
-welkom en mededelingen
-aanvangspsalm: 85 vers 1 en 3 (Gij waart goedgunstig)
-bemoediging en groet
-gebed om ontferming
-glorialied: 302 vers 1 (God in den hoog’ alleen zij eer)
DIENST VAN DE SCHRIFT:
-gebed
-schriftlezing: Mattheus 25, 1 – 13
-lied 751 (De Heer verschijnt te middernacht)
-preek
-belijdenislied: 749 vers 1 en 2 (Op, waak op)
DIENST VAN DE TAFEL:
-voorbereiding en nodiging
-tafelgebed:
De Heer zal bij u zijn!
De Heer zal u bewaren.
Verheft uw harten!
Wij hebben ons hart bij de Heer.
Laten wij danken onze God!
Het past ons de Heer te danken.
Ja U bent onze dankbaarheid waardig,
goede en barmhartige God,
omdat U voor ons als een vader en moeder wilt zijn,
omdat U ons allen aanspreekt als uw kinderen,
leden van het ene huisgezin van de kinderen Gods,
en we door uw grote mensenliefde
mogen delen in de genade,
die U eerst en vooral had bedoeld voor uw volk Israël,
maar waarin U vanaf het begin een plaats had ingeruimd
voor al het ongeregelde volk, dat mee op weg wil naar uw land,
naar uw toekomst, naar een wereld in vrede.
Daarom, trouwe God, zegenen wij uw grote naam
en met profeten en apostelen,
met al uw mensen, zingen we daarom uw lof
Lied 985 vs. 1
Heilig, heilig, heilig, hemelhoog verheven
boven ons mensen de naam van God de Heer!
Heilig, heilig, heilig, Schepper van de wereld,
mensen beneden zingen U ter eer.
Ja, gezegend bent U, Heer onze God,
en gezegend is Hij, die komt in uw naam,
Jezus Messias, een kind uit uw volk,
die de weg van uw volk is gegaan
als de lijdende knecht in de wereld.
Die ook in ons midden steeds opnieuw aanwezig is,
als de Heer die knecht werd, als ons aller dienaar,
die ons zo – door de minste te willen zijn -
heeft geleerd, de andere wet van uw koninkrijk,
de leer van liefde tegen beter weten in,
van vrede die niet wordt bevochten met speren en zwaarden,
van gerechtigheid die opbloeit
waar recht en vrede elkaar met een kus begroeten.
Zo heeft hij geleefd en is ons voorgegaan,
dat is hij niet uit de weg gegaan,
ook niet toen hij daarvoor wel moest lijden.
Zo heeft hij op de avond voor zijn dood
het brood genomen en daarover een zegening uitgesproken
en het rondgedeeld aan zijn vrienden,
zeggend, neemt, eet allen hiervan,
dit is mijn lichaam voor jullie, doet dit tot mijn gedachtenis.
Evenzo na de maaltijd nam hij de beker,
sprak er de zegening over uit
gaf die rond en zei
Dit is het nieuwe verbond in mijn bloed,
doet dit zo dikwijls jullie die drinken
tot mijn gedachtenis.
Allen zeggen:
Als wij dan eten van dit brood,
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren,
totdat Hij komt.
Bijeen tot zijn gedachtenis bieden wij U aan
deze tekenen van brood en wijn,
en bidden wij U, Heer
Zend uw Geest in ons midden,
de Geest, die levend maakt,
die ons uit de duisternis tot het licht roept,
uit de doodsheid van ons bestaan
tot een nieuw leven in U.
Maak ons zo tot zusters en broeders
van Jezus Messias,
dienstbaar aan elkaar,
elkaar liefhebbend
en zo belijdend uw heilige Naam
Gij, die er wilt zijn
met ons en voor ons en in ons.
Gezegend zijt Gij, o God
nu en alle dagen
en in uw Rijk dat komt
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
-Onze Vader
-vredewens
-broodbreking
-gemeenschap van brood en wijn
-dankgebed
-collecte
-slotlied:: 754 (Liefde Gods)
ZENDING EN ZEGEN.
|